Helemaal alleen ben ik in de huiskamer. Met mijn gedachten ver weg sta ik de was op te vouwen, genietend van de stilte. Opeens voel ik hoe mijn nekharen recht overeind gaan staan. Er klopt iets niet, er beweegt iets. Dat kan niet, want er is eigenlijk niets of niemand binnen dat kan bewegen. Voorzichtig kijk ik om het hoekje de kamer in. Daar hupt een vogeltje op zijn gemak door onze woonkamer. Een zwart vogeltje met een oranje snavel, een spreeuw.

Natuurlijk loop ik er naar toe, ik wil hem buiten zetten. Dan gaat het vogeltje fladderen. Dat had ik niet aan zien komen. Al kun je jezelf afvragen wat ik dan wel had verwacht. Dit niet in ieder geval. Van schrik ga springen en gillen. Het vogeltje denkt nu ook dat er iets Heel Ergs aan de hand is en probeert te ontsnappen. Wat jammer dat de tuindeuren dicht zijn. Daar had hij mooi door naar buiten kunnen vliegen. Nu blijft hij er telkens opnieuw tegenaan vliegen, hij geeft ook niet op. Dit wordt zijn dood, denk ik. Ik merk dat deze gedachte mij niet kalmeert. Naast hysterisch ben ik nu ook boos op mezelf. Dit vogeltje gaat dood terwijl ik hem kan redden, maar ik kan niet meer helder denken.

Oh, er zit een vogel binnen?

In hysterische toestand ren ik de voordeur uit. Godzijdank komt er net een behulpzame buurman aangelopen. Ik wil hem graag om hulp vragen, maar ik krijg geen zinnig woord meer over mijn lippen. Zwaaiend met mijn armen sta ik een volledig onsamenhangend verhaal op te hangen over ‘zo’n ding dat fladdert’. Mijn buurman doet echt zijn best om mij te snappen. Op een goed moment zegt hij: ‘oh, zit er een vogel binnen?’ Ik knik ja, opgelucht en met het schaamrood op mijn kaken. De buurman ziet in dat hij de leiding over moet nemen en loopt naar binnen.

Tot zijn opluchting vindt hij daar gewoon een spreeuw. Vermoedelijk heeft hij aan mijn toestand afgeleid dat er een enorme torenvalk binnen zou zitten. Het arme beestje heeft zichzelf intussen volledig uitgeput. De buurman kan het beestje zo oppakken. Dan maak ik de tuindeuren open. Dat had ik ook gewoon eerder kunnen doen, maar die gedachte verdring ik snel. Het is al erg genoeg zo. De buurman laat het arme beestje gaan en het vliegt gewoon verder, vermoedelijk wel met een flinke migraine.

Vertwijfeld loopt de buurman de deur uit en wenst mij nog succes en veel plezier. Ik bedank hem maar, al kan ik beide wensen niet zo goed plaatsen. Ik heb nu ook migraine.

Astrid, juni 2009

 

Categorieën: Blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Content is protected !!